Biografie

 

                                                            De gezinnen Schlegel

 

 

Hermann        x  1837 (1)     Cornelia Buddingh (1811-1864)
1804-1884          1869 (2)    Albertina Catharina Petronella Pfeiffer (1829-1894)


                                               (1)
__________________|___________________________________________________

Cecilia                    Gustaaf                    Rudolph                    Leander                    [Betsy]
1838-1910           1840-1903            1842-1844               1844-1913               1854-1854

                                       x                                                                   x 1878

                                Catharina Elisabeth                                  Emma de Waal Malefijt
                                Gesima Buddingh                                      1858-1933
                                (gescheiden 1890)
                                                                                                             |

                                                                                                        Aleida
                                                                                                        1881-1964 

 

 

 

     Beknopte biografie van Leander Schlegel, ontleend aan een programmaboekje van het Concertgebouw te Amsterdam uit 1904 en ongetwijfeld door hem zelf geschreven dan wel in samenspraak met hem tot stand gekomen.

 

  “Leander Schlegel, de derde zoon van den beroemden dierkundige, Hermann Schlegel, werd geboren op den 2den Februari 1844, te Oegstgeest nabij Leiden.
   Aleer zijne ouders zich met de toekomst van het knaapje bezig hielden, deed dit hun van zelf eene vingerwijziging [wel: vingerwijzing – FvR] aan de hand door, op ongeveer vierjarigen leeftijd, hoewel nog geene muziek beoefend hebbende, zijne moeder bij het stemmen harer gitaar met aanwijzingen als: te hoog – te laag – nu is ’t goed, enz.  te meenen moeten bijstaan. Deze opmerkingen getuigden van zulk een fijn gehoor, dat men besloot den knaap in de muzikale kunst te doen opleiden. Op zesjarigen leeftijd componeerde hij reeds kleine stukjes aan de piano, en vier jaren later begonnen zijne studies op de Muziekschool te Leiden, en wel met het vioolspel, waarvoor hij zulk eene buitengewone begaafdheid aan den dag legde, dat de beroemde viool-virtuoos Ferd. Laub* dringend verzocht, hem mede naar Berlijn te mogen nemen om, kosteloos, bij dezen meester te studeeren, waaraan de vader echter geen gevolg wilde geven uit vrees voor neiging tot enkel virtuozendom.
   Te Leiden en op de Kon. Muziekschool te ’s-Gravenhage (1858-1860) beoefende S. – behalve viool – klavier, orgel, violoncel, harmonie- en compositieleer, welke studie op het Conservatorium te Leipzig (1861-1863) werd voortgezet.
   Naar Leiden teruggekeerd, werd hij tot leeraar voor viool aan de Muziekschool aldaar benoemd, welke betrekking hij tot 1867 vervulde, terwijl hij inmiddels op vele plaatsen van ons land als pianist optrad.
   Van 1867 tot 1871 leidde S. een zwervend leven en woonde afwisselend te Parijs, Wiesbaden, Leipzig en Brunswijk, met Aug. Wilhelmj  herhaaldelijk kunstreizen ondernemende.
   In 1871 werd hem de betrekking van directeur der Afd. Haarlem van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst aangeboden, en bleef hij in die functie als leider der Zangvereeniging tot 1880 en als directeur der Muziekschool tot 1898, toen hij zijn ontslag nam en zelf, mede te Haarlem, eene inrichting voor muziekonderwijs stichtte.
   Als pianist doet hij zich van lieverlede zeldzamer hooren: daarentegen wijdt hij zich meer en meer aan compositie.”

 

    * 1832-1875, van oorsprong Tsjechisch violist, was vanaf 1855 professor aan zowel het Stern’sche Konservatorium als de Neue Akademie der Tonkunst in Berlijn en vanaf 1866 aan het Conservatorium van Moskou. Tsjaikovskij behoorde tot zijn grootste bewonderaars, het Andante funebre e doloroso uit diens Derde Strijkkwartet (1877) wordt wel in verband gebracht met het vroegtijdige overlijden van Laub.